Dr Eva Wolf gaf aan de hand van haar expertise op het gebied van beleidsconflict een uitgebreid verslag van de waarde, die uit tegengestelde ideeën ontstaat. Uit haar onderzoeken aan de Tilburg University blijkt dat er, juist bij conflict, veel gewin te halen valt voor bestuurders en beleidsmakers. De weerstand, die ontstaat bij het uitvoeren van plannen, maakt het engagement van de andere partij zichtbaar. Door deze betrokkenheid is het doel van participatie al behaald. Daarnaast zorgt het conflict ervoor dat tunnelvisie bij de beleidsmakers bestreden wordt en er op deze manier creativiteit ontstaat.

Een conflict kan inhoudelijk (het project), procedureel (de manier waarop) of relationeel (de ander) van aard zijn. Volgens Eva escaleren conflicten wanneer ze steeds meer dimensies gaan beslaan. Wat betreft de inhoud dient men te waken voor de dictatuur van het bewijs: partijen zijn voornamelijk bezig met het bewijs voor de eigen overtuiging en zo zwakt de tolerantie voor andere meningen af. Om dit te voorkomen is er openheid nodig. Na verloop van tijd gaat een conflict ook over hoe het beleid gevoerd wordt. Bij deze procedurele vorm van conflict is het van belang om te waken voor de dictatuur van de deadline: verschillende partijen ervaren de tijd tot de uitvoering van het project anders. Beleidsmakers zijn vaak al veel langer bezig met een project dan burgers. Het is dus belangrijk om hier sensitiviteit voor te hebben. Tot slot kan een conflict relationeel van aard zijn. Volgens Eva hebben we het dan over de dictatuur van het algemeen belang. Op dit niveau wordt het voor de afzonderlijke partijen een ‘zij’ tegen ‘ons’. Dit werkt wantrouwen in de hand en de andere partij wordt als tegenstander van het algemeen belang gezien. 

Voor meer diepgang vind je de presentatie van Eva hier.

Nicolaas Veltman en Cindy van den Bremen namen ons mee in de casus van het gespikkeld bezit in de Abdijbuurt: een mix van particuliere woningeigenaren en woningcorporaties. In deze buurt hebben meerdere huurders van sociale huurwoningen de afgelopen jaren huizen overgenomen van de woningcorporaties. In het kader van de energietransitie was het de vraag of deze kopers het kunnen financieren om hun woning toekomstbestendig te maken en hoe ze daarbij geholpen kunnen worden. Nicolaas en Cindy kozen voor een buurtgerichte aanpak met een sociaal sensitieve insteek. Door bij de particuliere woningeigenaren een keukentafelgesprek te houden, bouwden ze een relatie op en kweekten ze begrip voor de eigenbelangen, wensen en zorgen van bewoners. Deze aanpak met persoonlijke aandacht, laagdrempelig contact en het creëren van een vertrouwensband was doorslaggevend.

Cindy is ervan overtuigd dat je juist dan geen streep moet trekken door deze persoonlijke aanpak wanneer je het op een grotere schaal wil toepassen. Wel moet je kijken hoe het systeem efficiënter kan. Omdat het van belang is om te weten wat de persoonlijke situatie is van de bewoners, is het belangrijk om de leefwereld van bewoners mee te nemen. De individuele situatie bestaat uit drie delen: het huis, de persoonlijke situatie en de financiële situatie. Cindy en Nicolaas gebruikten Huizona-kaarten: kaarten waarin eigenschappen per woning in kaart worden gebracht. Op deze kaarten staan bijvoorbeeld het bouwjaar van de woning, de bereidheid om te lenen, het spaargeld of de schulden die mensen hebben. Om een passend plan te maken voor een huistype, dient men dus de aanpassingen voor de woning te vertalen naar het wooncomfort. Door in gesprek te gaan met bewoners, kom je hetgeen te weten waardoor je je systeem veel beter kan toepassen. 

De presentaties van Nicolaas en Cindy vind je hier en via deze link kun je de procesaanpak van het gespikkeld bezit nog eens teruglezen.

Met elkaar in gesprek

Na de presentaties was er de mogelijkheid tot reflectie en beantwoordden de sprekers vragen vanuit het digitale publiek. Vanuit de chat kwam de vraag hoe men in Tilburg omging met de kwestie omtrent bewoners die weinig financiële middelen hebben om hun woning te verduurzamen. Cindy gaf aan dat bij de gezinnen er openlijk werd gepraat over de financiële situatie. Bij een specifiek geval bleek dat haar rol als vertrouwenspersoon er uiteindelijk voor zorgde dat een executieverkoop voorkomen kon worden, omdat een bewoners vertelde over de financiële moeilijkheden. Daarnaast kaartte Cindy aan dat er ontzettend veel geld beschikbaar is in de energietransitie, maar dat de meeste subsidies gaan naar woningeigenaren die het in principe gemakkelijk zelf kunnen betalen. Kan een deel van dat geld niet gebruikt worden voor deze rol van vertrouwenspersoon? En moeten die subsidies misschien niet anders verdeeld worden?

Vanuit het programma ziet het Ondersteuningsteam ook dat een deel van de subsidie, die bedoeld is voor procesbegeleiding, gebruikt wordt voor de technische kant van het verhaal en niet voor het opbouwen en onderhouden van de relationele kant van het verhaal waar de sprekers ons over vertelden. Nicolaas haakte hierop in door te vertellen dat de inhoudelijke, procedurele en relationele kant van het project binnen de gemeente vaak onderverdeeld is binnen verschillende afdelingen. Voor verbinding van deze elementen is het dus nuttig om te kijken dat gemeenten aangezet worden om dat op een andere manier in te richten. Cindy beaamde met een knipoog dat er hier ook een transitie moet plaatsvinden. 

Al met al veel waardevolle inbreng voor iedereen die bezig is met wijken. Echter, het is belangrijk niet te vergeten dat WvdT een breder proces betreft binnen een wijk. Mensen die er wonen zijn generaties lang bezig met de ontwikkeling van de wijk. WvdT werkt daarom vanuit een wijkcoalitie zodat zij vanuit een groter perspectief en een bredere context aan verschillende projecten kunnen werken.

Hier vind je het opiniestuk uit Trouw over energie-armoede.

Daarnaast vind je hier nog een link om meer te lezen over hoe Cindy met haar collega’s van ZET  ‘energie-armoede’ aanpakt.